Romeinse cijfers omzetten

Typ een getal en je krijgt de Romeinse cijfers — of typ Romeinse cijfers en je krijgt het getal.

Resultaat
Begin hierboven te typen

Hoe je Romeinse cijfers leest en schrijft

Romeinse cijfers gebruiken zeven letters — I (1), V (5), X (10), L (50), C (100), D (500) en M (1000) — die samen elk getal vormen. Je leest ze van links naar rechts en telt de waarden op: MMXXVI is 1000 + 1000 + 10 + 10 + 5 + 1 = 2026. Het systeem kent geen nul en geen decimale komma, en juist daarom heeft het uiteindelijk plaatsgemaakt voor de cijfers die we nu gebruiken.

De ene uitzondering is aftrekken. Om te voorkomen dat je vier gelijke letters achter elkaar schrijft, wordt een kleinere letter vóór een grotere ervan afgetrokken: IV is 4 (5 − 1), IX is 9 (10 − 1), XL is 40, XC is 90, CD is 400 en CM is 900. Alleen machten van tien (I, X, C) worden als aftrekker gebruikt, en altijd maar één tegelijk.

Gewone Romeinse cijfers lopen van 1 tot 3.999 (MMMCMXCIX). Voor grotere getallen zetten de Romeinen een streep — een vinculum — boven een teken om het duizend keer zo groot te maken. Deze omzetter tekent die streep automatisch, dus 5.000 verschijnt als V en 1.000.000 als M.

Of je nu een jaartal op een gevel ontcijfert, een filmaftiteling, een wijzerplaat of een tatoeage: met de regels hierboven kom je er. Typ je waarde in het veld en het antwoord loopt mee.

Veelgebruikte Romeinse cijfers