Rente op rente
Wat gebeurt er als je elke maand iets opzijzet en het gewoon laat staan?
Zo werkt het: je geld gaat voor je werken
Zet je geld ergens neer waar het groeit, dan krijg je het eerste jaar groei over je eigen geld. Het tweede jaar krijg je ook groei over die éérste groei. Het derde jaar over allebei. Dat sneeuwbaleffect heet rente op rente — en het is de reden dat kleine bedragen groot kunnen worden, als je ze maar lang genoeg laat staan.
Investeer in iets waarvan je overtuigd bent dat het gaat groeien. Zoals de wereldeconomie, een bepaalde sector, of een uitzonderlijk bedrijf met een praktisch monopoly.
De motor is tijd, niet het bedrag. Wie op z'n 25e met €100 per maand begint, eindigt rijker dan wie op z'n 35e met €200 per maand begint. Die tien extra jaren doen meer dan het dubbele bedrag. Daarom is de beste dag om te beginnen niet "als ik straks meer verdien" — het is nu, met wat je nu kunt missen.
Welk percentage vul je in bij "groei per jaar"? Dat hangt af van waar je geld staat. Op een spaarrekening krijg je nu zo'n 2-3% rente. Wie belegt in een breed pakket aandelen — je koopt dan een mini-stukje van honderden bedrijven tegelijk, dat heet een indexfonds of ETF — haalde de afgelopen 50 jaar gemiddeld 8-10% per jaar. Maar niet in een rechte lijn: er zitten flinke dips tussen.
Twee eerlijke kanttekeningen. Prijzen stijgen ook, dus wat je over dertig jaar hebt voelt als minder dan hetzelfde bedrag vandaag. De groei is echt, maar reken jezelf niet te rijk. Met de inflatiecalculator zie je wat er van een bedrag overblijft. En beleggen kan tussentijds hard dalen: doe het alleen met geld dat je minstens vijf jaar kunt missen. Boven zo'n €57.000 vermogen betaal je bovendien belasting.